Derde Rapportage Mensenhandel

Derde Rapportage Mensenhandel

Mensenhandel is een ernstige vorm van, vaak georganiseerde en grensoverschrijdende, criminaliteit, waarbij fundamentele rechten van mensen worden geschonden. Mensenhandel moet dan ook krachtig bestreden worden. Gedegen informatie is van belang voor het maken van beleid op dit terrein. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel heeft tot taak informatie te verzamelen en hierover aan de Nederlandse regering te rapporteren. Op 20 juni, 10 uur, biedt zij haar derde rapportage aan. Minister Donner zal deze, namens de regering, in ontvangst nemen. De derde rapportage bevat informatie over wet- en regelgeving, slachtoffers, hulpverlening en belangenbehartiging, bestuurlijke handhaving, opsporing en vervolging. Daarnaast bevat het rapport conclusies en aanbevelingen, waarvan een aantal in dit persbericht is opgenomen.

Uitbuiting werknemers buiten de seksindustrie
In Nederland is mensenhandel tot nu toe gericht op uitbuiting in de seksindustrie. In het wetsvoorstel dat momenteel in parlementaire behandeling is (art. 273a Sr. komt in de plaats van het huidige mensenhandelartikel 250a), heeft mensenhandel ook betrekking op uitbuiting in andere arbeidssectoren. Er zal door de wetgever scherper afgebakend moeten worden wat daaronder valt om strafrechtelijk mensenhandel genoemd te worden. Zo moet in elk geval duidelijk zijn dat mensenhandel zich niet richt op elke afwijking van de normale arbeidsverhoudingen (bijvoorbeeld bij illegale arbeid), maar op die ernstige misstanden/excessen, die als een schending van fundamentele mensenrechten gelden.

Betere regelingen voor (verschillende typen) slachtoffers van mensenhandel
Met de bovenstaande wetswijziging worden ook personen die in andere arbeidssectoren dan de seksindustrie zijn uitgebuit beschouwd als slachtoffers van mensenhandel. Ook voor deze groep moet voorzien worden in opvang en hulpverlening en - voor buitenlandse slachtoffers - een tijdelijke verblijfsvergunning (om beschikbaar te zijn voor autoriteiten bij opsporing en vervolging van verdachten). Dit betekent ondermeer dat de B9-regeling moet worden aangepast. Gedwongen tewerkstelling en/of uitbuiting in de seksindustrie kan echter een grotere impact hebben op het psychisch en fysiek welbevinden van een persoon dan soortgelijk misbruik in bijvoorbeeld de horeca of de tuinbouw. Aanbevolen wordt derhalve om na te gaan of het – ondermeer in de B9-regeling – gewenst is te differentiëren naar typen slachtoffers. Ook buitenlandse slachtoffers die geen aangifte (durven te) doen, maar waarvan duidelijk is dat zij wel slachtoffer zijn van mensenhandel, zouden (in afwachting van een verantwoorde terugzending) in aanmerking moeten komen voor aansluitende opvang en hulp. Voor alle slachtoffers van mensenhandel moet tijdig voldoende juridische bijstand beschikbaar zijn; zij dienen ook beter geïnformeerd te worden over het verloop van de (straf)procedure, waardoor zij hun belangen beter kunnen bewaken.

Bescherming slachtoffers in land van herkomst
Buitenlandse slachtoffers van mensenhandel worden op dit moment – al dan niet na medewerking aan de opsporing en vervolging van verdachten – naar het land van herkomst terug gestuurd, ongeacht of daar voorzien is in enige vorm van bescherming. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel pleit er dan ook voor dat maatregelen worden genomen om revictimisatie en represailles tegen deze slachtoffers (en/of hun familie) te voorkomen. Hiertoe zou vooraf per individueel geval – indien gewenst – een risico-analyse moeten worden uitgevoerd. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van algemeen geformuleerde minimumcondities voor een verantwoorde terugzending. Er zal intensiever samengewerkt moeten worden met autoriteiten en instellingen in de landen van herkomst. Het bestaan van dergelijke voorzieningen kan slachtoffers er overigens ook eerder toe brengen mee te werken aan de opsporing en vervolging van verdachten. Dit is van belang, omdat effectieve repressie maakt dat daders niet ongestoord kunnen voortgaan en zo nieuwe slachtoffers kunnen maken. Daarmee is ook de preventie gediend.

Bestuurlijke handhaving seksindustrie en mensenhandel
De opheffing van het algemeen bordeelverbod had tegelijk ten doel de aanpak van mensenhandel aan te scherpen. Adequaat en vasthoudend bestuurlijk optreden in de legale en gereguleerde seksindustrie is daarvoor van groot belang, zodat in elk geval die sector gevrijwaard wordt/blijft van mensenhandel. Daarnaast moeten meer inspanningen worden verricht om mensenhandel in de illegale, niet-gereguleerde en moeilijk te controleren delen van de seksindustrie op te sporen.

Internationaal
Er is haast geboden met de ratificatie van het VN Protocol Mensenhandel, wil Nederland de aansluiting met internationale ontwikkelingen op dit gebied – ook op uitvoeringsniveau – niet verliezen. De Nederlandse strafwetgeving wordt al aangepast (art. 273a, zie eerder). De wetgever moet zijn aandacht dan ook richten op de totstandkoming van de verdere benodigde uitvoeringsregelgeving en de noodzakelijke middelen daarvoor beschikbaar stellen.

Nationaal actieplan
De aangekondigde kabinetsreactie op de derde rapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en het daarop volgende parlementaire debat zullen duidelijk moeten maken welke aanbevelingen worden opgepakt en met welke prioriteit. De tijd is aangebroken dat niet volstaan kan worden met mooie woorden, in de zin van het - herhaald - toekennen van prioriteit aan deze verwerpelijke vorm van criminaliteit. Ook een nationaal actieplan is nodig om daadwerkelijk gestalte te geven aan de beleden goede voornemens. De regering wordt opgeroepen daaraan vorm en uitvoering te geven.

Hieronder vindt u het volledige rapport en het persbericht als pdf-bestand.