Vierde Rapportage Mensenhandel (2005)

Vierde Rapportage Mensenhandel (2005)

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM), mw. mr. A.G. Korvinus, verzamelt in opdracht van de regering informatie over mensenhandel en rapporteert hierover. Op 6 september biedt de NRM de vierde rapportage aan. Minister Donner neemt deze, namens de regering, in ontvangst. Het rapport is een aanvulling op de uitgebreidere derde rapportage met aanbevelingen, die vorige zomer verscheen. Het bevat cijfers over opsporing en vervolging en over slachtoffers van uitbuiting in de seksindustrie in het jaar 2003, en enkele voorlopige cijfers over 2004.

Opsporing
In 2003 rondde de politie met succes 42 opsporingsonderzoeken mensenhandel af, minder dan in 2002 (toen 55). (Voorlopige cijfers over 2004 wijzen overigens weer op een toename). Net als voorgaande jaren betrof ongeveer 75% daarvan grensoverschrijdende en 25% binnenlandse mensenhandel. In die onderzoeken merkte de politie in totaal 148 verdachten aan, aanzienlijk minder dan in 2002 (toen 207). De meest voorkomende nationaliteiten onder de verdachten zijn de Nederlandse, Roemeense en Bulgaarse. Het aandeel van diverse nationaliteiten fluctueerde door de jaren heen sterk. Onder de aangehouden verdachten bevonden zich 22 exploitanten van seksbedrijven: 6 van seksbedrijven met, 11 van bedrijven zonder vergunning en 5 van bedrijven die, onder het mom van andere bedrijfsvoering, (ook) seksuele dienstverlening exploiteren. Net als in voorgaande jaren maakte ruim tweederde van de aangehouden verdachten deel uit van een groter netwerk (6 of meer personen), een vijfde opereerde in kleiner crimineel verband (2-5 personen) en één op de tien alleen. Ondanks het belang van financieel rechercheren gebeurde dat, evenals in 2002, in minder dan de helft van de politieonderzoeken. BNRM verricht op dit moment onderzoek naar het gebruik van deze opsporingsmethode in mensenhandelzaken.

Vervolging
Het OM registreerde in 2003 157 verdachten mensenhandel. De in 2002 gesignaleerde forse toename (toen 200) zette daarmee niet door, maar voorlopige cijfers over 2004 laten weer een sterke stijging zien. Mensenhandel wordt vaak in combinatie met andere feiten gepleegd. In 2003 was mensenhandel in 84% van de gevallen het zwaarste geregistreerde, of het enige delict.
Het OM handelde in 2003 187 zaken mensenhandel af, meer dan in de jaren daarvoor (in 2002 168), in verreweg de meeste gevallen met dagvaarding van de verdachte. De rechtbank behandelde in 2003 117 mensenhandelzaken, meer dan in voorgaande jaren (in 2002 94). In de overgrote meerderheid van die zaken (91%) legde de rechter een straf op, meestal (ruim 80%) een gevangenisstraf. In iets minder dan de helft van de zaken werd hoger beroep aangetekend tegen het vonnis.

Slachtoffers
Er werden in 2003 minder slachtoffers gesignaleerd dan in de voorgaande jaren. Het aantal slachtoffers/getuigen dat in 2003 aangifte deed of een getuigenverklaring aflegde daalde fors, naar 155 (in 2002 258). In het slachtoffervolgsysteem IKP-S van de politie werden 153 (mogelijke) slachtoffers geregistreerd (in 2002 371). Bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel (STV) werden 257 slachtoffers aangemeld (in 2002 343). (STV-cijfers met betrekking tot 2004 tonen overigens weer een forse toename). Bulgarije, Roemenië, Nigeria en Nederland zijn veel voorkomende herkomstlanden. Het groeiende aantal slachtoffers uit Brazilië valt op. Ook het aantal gesignaleerde minderjarige slachtoffers daalde. Bij de STV werden er 20 gemeld (in 2002 41) en in IKP-S werden in 2003 21 minderjarigen geregistreerd (in 2002 51). Procentueel veranderde hun aandeel echter weinig. In de in 2003 succesvol afgeronde opsporingsonderzoeken was er sprake van 20 minderjarige slachtoffers, waarvan er 19 aangifte deden.

Belangrijke ontwikkelingen
In de vierde rapportage staan cijfers centraal. Daarnaast stipt het rapport enkele ontwikkelingen aan in de strijd tegen mensenhandel, waaronder:
- Op aanbeveling van de NRM stelde het kabinet een Nationaal Actieplan Mensenhandel (NAM) op. Over het NAM, dat tevens de reactie vormt van het kabinet op de aanbevelingen in de derde NRM rapportage, is op 27 september a.s. in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg gepland.
- Het oude strafrechtsartikel mensenhandel is op 1 januari 2005 vervangen door een artikel dat alle vormen van mensenhandel omvat (art 273a): uitbuiting in de seksindustrie, uitbuiting in andere sectoren van arbeid en dienstverlening ('overige uitbuiting') en bepaalde activiteiten gericht op het verwijderen van menselijke organen.
- De regeling voor vreemdelingen die slachtoffer van mensenhandel zijn (de B9-regeling) is (vooralsnog gedeeltelijk) aan deze wetsuitbreiding aangepast.
- Om te achterhalen of en, zo ja, in welke sectoren en op welke schaal moderne vormen van slavernij zich voordoen, startte Bureau NRM een onderzoek naar 'overige uitbuiting'. De resultaten worden gepresenteerd in de vijfde rapportage (voorjaar 2006).
- In de eerste helft van 2005 ging bij de Nationale Recherche het landelijk Expertisecentrum Mensensmokkel/Mensenhandel van start.

Punt van zorg
Punt van zorg zijn de zeer geregelde signalen dat in bepaalde regio's, mede door capaciteitsproblemen, weinig controles in seksinrichtingen plaatsvinden. Gebrekkige handhaving geeft mensenhandelaren echter vrij spel. Betwijfeld moet dan ook worden of de strijd tegen uitbuiting in de seksindustrie op dit moment voldoende prioriteit en capaciteit krijgt. Handhaving – bestuurlijk en strafrechtelijk – blijft een belangrijk punt, zeker nu de opsporingsautoriteiten door de bovengenoemde uitbreiding van de mensenhandeldefinitie alert moeten zijn op veel meer vormen van uitbuiting, ook buiten de seksindustrie.

Hieronder vindt u het volledige rapport en het persbericht als pdf-bestand.