Zevende Rapportage Mensenhandel

Zevende Rapportage Mensenhandel

Op 29 oktober 2009 heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM), de zevende mensenhandelrapportage aangeboden aan de regering. Minister Hirsch Ballin nam deze, namens de regering, in ontvangst.

Specialisatie rechterlijke macht
Rechters hebben moeite met de juridische en maatschappelijke context van mensenhandel in de prostitutiesector. Dit blijkt uit een onderzoek dat de NRM heeft gedaan naar de jurisprudentie inzake uitbuiting in de seksindustrie. De rapporteur bepleit specialisatie binnen de zittende magistratuur.

Opvang
Verder spreekt de rapporteur haar zorgen uit over het gebrek aan capaciteit aan opvangvoorzieningen voor slachtoffers van mensenhandel en het uitblijven van de start van de pilot categorale opvang. Zij pleit ervoor de opvangcapaciteit snel uit te breiden, en beter toe te snijden op de zorgbehoefte van de verschillende categorieën slachtoffers. Ook voor minderjarige slachtoffers moet die hulp specifiek op hun slachtoffer- problematiek zijn toegesneden.

Jurisprudentie over uitbuiting in de seksindustrie
Uit de resultaten van het jurisprudentieonderzoek komt naar voren dat mensenhandelzaken complex zijn, zowel juridisch als in de maatschappelijke context. De uitspraken verschillen onderling wat betreft de juridische interpretatie van de strafbepaling en de strafmaat. Daarom doet de rapporteur de aanbeveling aan de zittende magistratuur zich te specialiseren, zoals het Openbaar Ministerie en de politie dat al hebben gedaan. Een succesvolle aanpak houdt immers niet op bij de vervolging. Zij geeft aan dat binnen de rechtspraak een discussie moet worden gevoerd over de strafwaardigheid en de te hanteren strafmaat voor mensenhandel.

Uitbuiting in andere sectoren
De onderkenning van slachtofferschap is in de sectoren buiten de seksindustrie nog geen gemeengoed, en de gerelateerde rechten worden in de praktijk veel minder vanzelfsprekend geacht dan in geval van seksuele uitbuiting. Juridisch is de positie van de slachtoffers gelijk, maar in de praktijk leeft bij sommige actoren de perceptie dat uitbuiting in de overige sectoren minder erg is dan in de prostitutie. De ernst van de uitbuiting hangt echter niet af van de sector waarin deze zich voordoet. Als voorbeeld wordt genoemd de gebeurtenissen eerder dit jaar in een aspergestekerij in Someren. De reacties van de diverse betrokken instanties aldaar illustreren dat overige uitbuiting als zodanig nog lang niet altijd wordt “gezien”. De Hoge Raad deed vlak voor het verschijnen van de rapportage uitspraak in de zogenaamde Chinese horecazaak. Dit arrest vormt een belangrijke leidraad, ook voor opsporing en vervolging in overige uitbuitingszaken.

Opvang voor slachtoffers
In de rapportage wordt aangegeven dat voor slachtoffers van mensenhandel categorale opvang nodig is. In de praktijk worden slachtoffers nog vaak opgevangen in ophoudruimten op Schiphol, in voorzieningen van het COA, in vreemdelingenbewaring, in een tentenkamp of op een politiebureau. De voorziene pilot categorale opvang is sterk vertraagd. Ook voor minderjarige, Nederlandse, slachtoffers, veelal slachtoffers van loverboys, moet voldoende categorale opvang worden gerealiseerd, hetzij binnen de pilot, hetzij los daarvan. De rapporteur acht het dringend noodzakelijk dat voor de opvang van deze groep een landelijke visie wordt ontwikkeld.

Hieronder vindt u het volledige rapport en persbericht als pdf-bestand.