Ministers benadrukken belang extra aandacht voor slachtoffers van seksueel geweld

Ministers benadrukken belang extra aandacht voor slachtoffers van seksueel geweld

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) reageert, mede namens de minister voor Rechtsbescherming op de bevindingen uit de Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016, in een beleidsreactie die hij vanmiddag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar: ‘De ministers onderstrepen extra aandacht te hebben voor slachtoffers van seksueel geweld, bijvoorbeeld in het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis. Dat vind ik een goede zaak. Wel ben ik kritisch op de concrete stappen die hieruit voortvloeien. Hoe waarborgen we de juiste zorg op de juiste plek, zeker waar het gaat om zulke kwetsbare kinderen?’

Op 26 juni 2018 publiceerde de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen de eerste Slachtoffermonitor. Daarin bracht hij in beeld hoeveel kinderen slachtoffer worden van seksueel geweld en welk pad zij doorlopen naar hulpverlening. Uit de monitor bleek onder andere dat jongensslachtoffers worden gemist in de hulpverlening en dat meisjes vaak eindigen in een gesloten setting. In zijn beleidsreactie onderstreept de minister van VWS dat seksueel geweld tegen kinderen vreselijk en onacceptabel is: ‘Het is duidelijk dat met seksueel geweld tegen kinderen een norm grof wordt overschreden.’ De minister geeft aan dat hoe schokkend het ook is, seksueel geweld tegen kinderen niet volledig voorkomen kan worden. Bolhaar: ‘Dat erken ook ik. Tegelijkertijd maakt het de hulpverlening die we deze jonge slachtoffers bieden des te urgenter. Deze, vaak gespecialiseerde, zorg staat sinds de decentralisatie onder druk. Daar heb ik eerder mijn zorgen over geuit.’

Registratie en monitoring

De aanbevelingen over registratie en monitoring worden door de minister ter harte genomen. Naar aanleiding van het rapport start de minister, in samenwerking met de Nationaal Rapporteur, een verkenning naar de mogelijkheden om de aanleiding tot jeugdhulp onderdeel te maken van de Beleidsinformatie Jeugd. Bolhaar: ‘Dit ervaar ik als een uitgestoken hand na mijn oproep om ons jeugdhulpstelsel beter te monitoren, die ook door de branche werd gedeeld. Zo kunnen we blijven leren en evalueren. Weten wáárom kinderen jeugdhulp ontvangen, is in mijn ogen essentieel om beleid ten aanzien van preventie en vroegsignalering effectiever in te richten.’ Daarnaast noemt de minister dat goede beleidsinformatie van Veilig Thuis een belangrijk punt van aandacht voor hem is.

Online seksueel geweld

In de monitor was een daling zichtbaar in het aantal slachtoffers van hands-on vormen van seksueel geweld. We weten echter niet of dit verschuift naar online seksueel geweld. De ministeries VWS en Justitie en Veiligheid gaan daarom een verkenning uitvoeren naar het brede fenomeen online seksueel geweld. Dat verkennende onderzoek kan daarna waar nodig in een verdiepend onderzoek vervolg krijgen. Bolhaar: ‘Het is goed dat de ministeries de handen ineenslaan om nieuwe fenomenen als sextortion en grooming in kaart te brengen.’

De juiste hulp voor slachtoffers: meisjes én jongens

De Nationaal Rapporteur deed ook twee aanbevelingen over vervolgonderzoek naar hulp voor zowel jongens- als meisjesslachtoffers. Uit de monitor bleek namelijk dat er grote verschillen zijn: waar jongens in aantallen ondervertegenwoordigd zijn, en vooral lichte vormen van hulp ontvangen, eindigen meisjesslachtoffers vaak in een gesloten setting. De minister stelt dat jongens inderdaad minder zichtbaar zijn als slachtoffer dan meisjes. Dit kan komen omdat seksueel misbruik meer als taboe wordt ervaren, doordat zij zichzelf niet als slachtoffer zien, of doordat professionals hen niet als zodanig herkennen. Bolhaar: ‘Dat klinkt herkenbaar. Maar mijn vraag is dan: hoe gaat de minister ervoor zorgen dat dit úit de taboesfeer komt? Bijvoorbeeld door jongens van jongs af aan te leren over seksuele wensen en grenzen. Of door deskundigheidsbevordering onder professionals. Mijn vraag aan de bewindspersonen blijft dus wat zij concreet gaan doen.’

Gesloten plaatsing

Voor het hoge aandeel gesloten plaatsingen van meisjesslachtoffers noemt de minister een aantal verklaringen, die vooral raken aan de veiligheid van het kind. Ook geeft hij aan dat het onderwerp is in het programma Zorg voor de Jeugd. Bolhaar: ‘Ik begrijp dat er op het moment zelf gegronde redenen kunnen zijn voor het gesloten plaatsen van een kind. Maar mijn aanbeveling ging ook over wat daaraan vooraf ging. Hadden we zo’n ingrijpende maatregel kunnen voorkomen? Waren er eerder in het proces alternatieven beschikbaar? Ik ontvang signalen dat juist deze ambulante, specialistische hulp niet altijd voorhanden is. Dan heb ik het bijvoorbeeld over tijdige traumabehandeling na seksueel misbruik.’ De Nationaal Rapporteur zou daarom graag zien dat de minister het initiatief neemt om, samen met partijen uit het veld, te onderzoeken waar precies de problemen liggen en hoe deze concreet aangepakt kunnen worden.