Digitale en seksuele weerbaarheid in voorstel voor lesprogramma van scholieren

Digitale en seksuele weerbaarheid in voorstel voor lesprogramma van scholieren

De thema’s digitale geletterdheid en burgerschap moeten worden toegevoegd aan het lesprogramma voor kinderen op de basisschool en de middelbare school. Daaronder vallen bijvoorbeeld onderwerpen zoals relaties en seksualiteit en (cyber)veiligheid. Dat zeggen 150 leraren en schoolleiders vandaag in hun advies aan minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. De Nationaal Rapporteur pleit al langer voor meer aandacht voor deze onderwerpen, omdat ze bijdragen aan de bescherming van kinderen bijvoorbeeld tegen seksueel geweld.

Onderwijs op school is een belangrijke aanvulling op de opvoeding thuis. Bijvoorbeeld op het gebied van relaties en seksualiteit. Uit onderzoek is bekend dat het onderwijs een belangrijke rol speelt in het bevorderen van seksuele en relationele vorming. Daarmee worden ongewenste omgangsvormen, zoals seksueel geweld, voorkomen. Scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs zijn sinds 2012 al wettelijk verplicht om aandacht te besteden aan de onderwerpen seksualiteit en seksuele diversiteit. De aandacht voor deze onderwerpen is volgens Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar echter nog te beperkt: ‘Deze onderwerpen komen nog niet op alle scholen aan bod, terwijl in de afgelopen jaren veel is veranderd op dit gebied. Zeker als het gaat om contacten die kinderen aangaan in de online wereld.’

Nieuwe kerndoelen

Minister Slob stelde in 2018 een adviescommissie in, bestaande uit leraren en schoolleiders, die vandaag hun voorstellen presenteert voor de aanpassing van de lesstof voor alle Nederlandse leerlingen. Op basis van deze voorstellen zal het ministerie de kerndoelen voor het onderwijs gaan herzien. De kerndoelen schrijven voor wat scholen in Nederland aan kinderen moeten leren over allerlei thema’s, ook op het gebied van relaties en seksualiteit. De Nationaal Rapporteur kijkt dan ook uit naar de nieuwe kerndoelen voor het onderwijs, en roept de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media op om veilige omgangsvormen, offline én online, daarin een prominente plek te geven. Zeker waar het aankomt op relaties en seksualiteit.

Een goede methode voor seksuele en relationele vorming

Hoewel scholen verplicht zijn om aandacht te besteden aan seksuele weerbaarheid, zijn ze vrij in het kiezen van een methode voor seksuele en relationele vorming. Dit geeft hen ruimte om te kiezen voor een methode die past bij de identiteit en visie van de onderwijsinstelling. Om scholen hierin te ondersteunen is er het stimuleringsplan seksuele en relationele vorming in het onderwijs, waarin plannen staan voor de jaren 2019-2022. In het plan worden scholen bijvoorbeeld gestimuleerd om erkende interventies te gebruiken. Dat is belangrijk omdat deze erkenning het aannemelijk maakt dat de interventie kan werken in het voorkomen van seksueel geweld. Zonder erkenning is het de vraag of de interventie wel effectief is, of dat gebruik hiervan geld- en tijdverspilling is of mogelijk zelfs schadelijke effecten teweegbrengt.

Investeer in effectieve methodes

In 2017 constateerde de rapporteur in het rapport Effectief Preventief al dat er niet voldoende effectieve methodes zijn om seksueel geweld te voorkomen, en dat de informatie voor scholen over de effectiviteit versnipperd is. De Nationaal Rapporteur vindt het dan ook positief dat de staatssecretaris van VWS met het stimuleringsplan geld hiervoor vrijmaakt. Bolhaar: ‘Nu duidelijk is dat ook leraren en schoolleiders het van belang vinden dát er aandacht wordt besteed aan seksuele en relationele vorming, moeten we ook kritisch blijven kijken naar hóé dat gebeurt. Het aanbod van interventies moet blijvend ontwikkeld en aangevuld worden om alle scholen te kunnen faciliteren in hun wettelijke taak om aandacht te besteden aan seksuele weerbaarheid.’