Keuze buitenlandse slachtoffers mensenhandel voor asielprocedure onderzocht

Keuze buitenlandse slachtoffers mensenhandel voor asielprocedure onderzocht

Een aanzienlijk deel van de buitenlandse slachtoffers van mensenhandel vraagt in eerste instantie asiel aan en komt pas later in beeld als slachtoffer in de verblijfsregeling mensenhandel – als ze al in beeld komen. Gebrek aan goede signalering vanuit de opsporing en de vreemdelingenketen speelt daarbij mogelijk een rol. Dit blijkt uit het vrijdag gepubliceerde WODC-rapport naar het gebruik van de asielprocedure door slachtoffers van mensenhandel. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een aanbeveling van de Nationaal Rapporteur.

Het is volgens Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar zorgelijk als slachtoffers van mensenhandel de weg naar verblijfsregeling mensenhandel niet kunnen vinden: ‘Voor deze slachtoffers is de verblijfsregeling mensenhandel in het leven geroepen, zodat ze de juiste bescherming en ondersteuning krijgen.’ Ook is dit nadelig voor de opsporing van mensenhandelaren. ‘Opsporingsindicaties gaan zo wellicht verloren. Daarom is het is niet de bedoeling dat slachtoffers met recht op asiel automatisch worden doorgestuurd naar Ter Apel, zonder dat zij de mogelijkheid hebben gehad gebruik te maken van de verblijfsregeling mensenhandel’, zegt Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar. ‘Het is belangrijk dat er serieus aandacht blijft voor indicaties van mensenhandel door professionals die werken in de opsporing en vreemdelingenketen.’

Opvolging aanbeveling Nationaal Rapporteur

Het WODC-rapport De weg(en) naar verblijfsrecht komt voort uit een aanbeveling van de Nationaal Rapporteur in de Slachtoffermonitor mensenhandel 2013-2017. Uit de monitor bleek dat een groot deel van de buitenlandse slachtoffers van mensenhandel kiest voor de asielprocedure gedurende verschillende momenten in de verblijfsregeling mensenhandel. Waarom slachtoffers van mensenhandel ook – of zelfs alleen maar – voor een asielprocedure kiezen was niet bekend. Om meer inzicht hierin te krijgen heeft de Nationaal Rapporteur de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanbevolen dit te laten onderzoeken. Nationaal Rapporteur Bolhaar: ‘Het is mooi dat de staatssecretaris hier gehoor aan heeft gegeven en dat het WODC dit onderzoek heeft uitgevoerd. Met deze informatie kunnen we de hulp aan slachtoffers en de opsporing van daders verbeteren.’