Nationaal Rapporteur spreekt in Tweede Kamer over seksueel geweld tegen kinderen

Nationaal Rapporteur spreekt in Tweede Kamer over seksueel geweld tegen kinderen

Het beschermen van slachtoffers van seksueel geweld tegen kinderen en het stoppen van daders vergt voortdurende alertheid en brede samenwerking. Dat benadrukte Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Herman Bolhaar in een technische briefing voor Kamerleden van de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de Tweede Kamer.

Bolhaar lichtte toe wat de bevindingen zijn uit zijn meest recente slachtoffermonitors over seksueel geweld. Daarin constateerde hij dat in de aanpak van seksueel geweld veel goede initiatieven lopen, maar dat de samenhang daartussen ontbreekt op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau. Ook uitte hij zijn zorgen over de zorg die slachtoffers van seksueel geweld krijgen. Zo kwam hij tot de conclusie dat bijna de helft van de kinderen die hulp ontvangt na het meemaken van seksueel geweld, deze hulp residentieel krijgt, en dus uit huis wordt geplaatst. Ook bleek dat maar liefst 85 procent van alle meisjes in de gesloten opvang in Nederland daar zit mede naar aanleiding van het meemaken van seksueel geweld. Zelfs voor de meest kwetsbare kinderen is volgens Bolhaar niet altijd snel hulp beschikbaar: ‘In de Slachtoffermonitor die in 2019 verscheen kwam naar voren dat 15 procent van de kinderen die de rechter onder toezicht stelde wegens seksueel geweld, niet binnen zes maanden hulp kreeg. Dat voor deze kinderen niet snel de goede hulp wordt geboden is onaanvaardbaar.’

Samenwerking tussen bestuurslagen

De Kamerleden stelden de Nationaal Rapporteur vragen over waar hij kansen zag voor verbetering. Daarop gaf Bolhaar aan dat gemeenten, regio’s en de nationale overheid moeten samenwerken om zicht krijgen op de aard en omvang van de problematiek. Daar moeten gemeenten ook toe in staat gesteld worden. 'Om ieder kind de juiste hulp te kunnen bieden is zowel kennis dichtbij het kind nodig, als zeer specialistische zorg op bovenregionaal of landelijk niveau en moeten we daar ook goed tussen kunnen schakelen.’

  • De technische briefing is hier terug te kijken.